Proefschrift: Rol en positie RvT van de stichting

Articles
Afgelopen dinsdag heeft Marleen van Uchelen-Schipper (rechtsgeleerdheid) haar proefschrift getiteld 'De rol en positie van de raad van toezicht van de stichting' verdedigd. In haar dissertatie beschrijft ze de rol en taakuitoefening van de raad van toezicht binnen een stichting. Volgens haar is het de hoogste tijd om de basistaak en bevoegdheden van de raad van commissarissen van de stichting te reguleren in een algemene regeling in boek 2 BW (Burgerlijk Wetboek)

Leiden door het doel van de stichting
Als er bij een stichting een raad van toezicht wordt ingesteld - op grond van een verplichting in sectorregels of vrijwillig - is het van belang dat het voor de leden van de raad duidelijk is wat hun taak is en wat hun bevoegdheden zijn. “Mijns inziens zouden de taak en de (basis)bevoegdheden van de raad van toezicht van de stichting in de stichtingentitel van Boek 2 BW geregeld moeten worden en niet in sectorregels”, stelt Van Uchelen-Schipper. “De raad van toezicht dient zich bij zijn taakuitoefening te laten leiden door het doel van de stichting. Het is overbodig om in sectorregels voor bepaalde soorten stichtingen het maatschappelijk belang als afzonderlijk, aanvullend richtsnoer voor bestuurders en leden van de raad van toezicht te noemen, aangezien dit in de doelstelling van de stichting is verdisconteerd.”

Bescherming doelgebonden vermogen
De raad van toezicht dient nadrukkelijk een rol te spelen bij de bescherming van het doelgebonden vermogen van de stichting. Van Uchelen-Schipper: “Mijns inziens moet de raad van toezicht worden betrokken bij besluiten die ertoe (kunnen) leiden dat de identiteit of het karakter van de stichting of het stichtingsvermogen materieel wijzigt. De raad van toezicht moet bovendien voldoende tegenwicht kunnen bieden aan het bestuur, bijvoorbeeld door de algemene wettelijke mogelijkheid om bestuurders te schorsen. De raad van toezicht heeft een rol ten opzichte van zijn eigen leden.”

Eigen leden schorsen
Om die reden is het van belang dat de raad optimaal is samengesteld, dat de raad zijn eigen leden kan schorsen en dat periodieke zelfevaluatie plaatsvindt. Tot slot is het belangrijk dat de raad jaarlijks een eigen toezichtverslag opstelt en vrijwillig verantwoording aflegt aan de bij de stichting betrokken belanghebbenden.
 
{{comments.length}} reacties
{{thumbsUpCount}}
{{thumbsDownCount}}
{{comment.date|stringToDate:'dd-MM-yyyy'}} ({{comment.date|stringToDate:'H:mm'}})